|
De Cito toets wordt ieder jaar in februari op een groot aantal scholen tegelijkertijd afgenomen. De uitslag, de Cito score, vormt een belangrijke factor bij het advies van de basisschool voor het vervolgonderwijs. Veel scholen in het voortgezet onderwijs hanteren een minimum score op de Cito toets voor toelating tot een bepaald onderwijsniveau.
De Cito toets meet wat de leerling in de afgelopen 8 jaar op school heeft geleerd. Dit wordt gemeten aan de hand van meerkeuzevragen voor de onderdelen taal, lezen, rekenen, studievaardigheden en wereldoriëntatie (aardrijkskunde, geschiedenis en natuur). Het onderdeel wereldoriëntatie is niet verplicht en wordt daarom niet op alle scholen getoetst.
De toets wordt verspreid afgenomen over 3 dagen. In totaal bestaat de toets uit circa 300 meerkeuzevragen.
Taal
| Studievaardigheden
| Rekenen-Wiskunde
| Wereldoriëntatie
|
| Invullen van teksten (30) |
Studieteksten (10) |
Getallen en bewerkingen (25) |
Aardrijkskunde (30) |
| Spelling (20) |
Informatiebronnen (10) |
Verhoudingen, breuken en procenten (20) |
Geschiedenis (30) |
| Begrijpend lezen (30) |
Lezen van schema’s, tabellen en grafieken (10) |
Meten, meetkunde, tijd en geld (15) |
Natuuronderwijs (30) |
| Woordenschat (20) |
Kaartlezen (10) |
|
|
|